vrijdag 16 oktober 2009


Groene ideeën voor de stad van straks

Op 3 april 2009 verscheen onderstaande artikel van mij in het Reformatorisch Dagblad. Je kunt het hier lezen, of hier

Hoe kan een bestaande woonwijk klimaatvriendelijker worden? Op nieuwbouwlocaties kunnen noodzakelijke milieuvriendelijke oplossingen redelijk eenvoudig worden ingepast. Maar in bestaande stadswijken moeten veel moeilijkheden uit de weg worden geruimd.

”De stad van straks zal orde zijn”, zei Hendrik Wijdeveld, architect en visionair in de jaren twintig van de vorige eeuw. In diezelfde periode presenteerde de beroemde Franse architect Le Corbusier zijn plannen voor een ”la ville radieuse” (letterlijk: de stralende stad) voor repeterende hoogbouw met daartussen ruimte voor natuur. Het liefst zag Le Corbusier met zijn plan de historische kern van Parijs compleet herbouwd. Maar de werkelijkheid bleek weerbarstig.

Toch blijft het onderwerp –de stad van straks– mensen bezig houden. In recente onderzoeken, zoals bijvoorbeeld ”Samenwerken aan een klimaatvriendelijke stad” (uitgevoerd door Milieucentrum Amsterdam) en ”Green Architecture” (een fictieve opdracht van het Atelier Rijksbouwmeester) worden aansprekende voorbeelden geschetst hoe het leefklimaat verbeterd kan worden.

Wie met deze onderzoeken op zijn netvlies om zich heenkijkt, ziet veel punten van verandering.

Prijskaartje

Een prille lentedag. Buiten stijgt een pluimpje zwarte rook op, vanaf het dak van de huizen achter mij. De achtertuinen van ons smalle bouwblok geven een verwilderde aanblik en zijn grotendeels met steen geplaveid. De tuinen liggen aan de noordkant en krijgen nauwelijks zonlicht.

Aan onze kant van het blok nemen bedrijfsruimten de complete begane grond in beslag. Het dak van de bedrijven is door sommige bewoners met potplanten groen gemaakt, maar het stelt niet veel voor. Samen met de buren zijn we bezig de oude kozijnen te vervangen door nieuwe, met dubbel glas. Maar het valt niet mee om iedereen achter het plan te krijgen. Er hangt immers een prijskaartje aan.

Stenige pleintje

Voor ons huis is een kleine open ruimte waar twee wegen samenkomen. Vanwege de bevoorrading van bedrijven in de omgeving die het pleintje gebruiken als keerlus, is de ruimte volledig betegeld. Als ik mijn balkondeur open, trekken de uitlaatgassen van de auto’s van de nabijgelegen hoofdweg m’n neus in. Wat valt er hier eigenlijk te verbeteren aan het klimaat?

Het pluimpje zwarte rook zal zeker gaan verdwijnen, want de huurprijs van mijn huis zal gekoppeld worden aan de energieprijs. De nu goedkope woning met de verouderde techniek, zal in de toekomst onbetaalbaar worden.

De overheid maakt geld vrij om de sociale samenhang van de wijk te verbeteren. Dat heeft succes en er ontstaat een gevoel van gemeenschappelijkheid onder de bewoners. We gaan ons samen inzetten voor meer groen in de wijk. Met mijn buren, met wie ik inmiddels op goede voet sta, ben ik het snel eens over het vervangen van de ramen in ons woonblok. We gebruiken samen een auto en hebben zo minder parkeerruimte nodig. Die ruimte gebruiken we natuurlijk voor groen.

Met elkaar zullen we er zelfs in slagen een kostbare zonneboiler –die alleen rendabel is wanneer deze voor meer appartementen wordt ingezet– op het dak te zetten. Dat scheelt aanzienlijk in onze stookkosten.

We maken goede afspraken over het groen op de daken van de bedrijfsruimten. Deze groene, want milieuvriendelijke, buffer helpt ons bij het minimaliseren van fijnstof, veroorzaakt door de nabijgelegen hoofdweg.

Het stenige pleintje voor mijn huis verandert in een groenzone, waar diverse gewassen gekweekt worden. Mijn fruit hoeft niet meer milieubelastend vervoerd te worden. Op het dak van mijn eigen woning wordt een groentetuin aangelegd.

De milieuvervuilende vuilnisauto verdwijnt uit het straatbeeld. Het afval in mijn wijk wordt immers hergebruikt. De bedrijfsruimten onder mijn huis worden inzamelingspunten voor verwerking en hergebruik van afgedankt huisraad. Bezoekers van een re-integratieproject in de buurt die nu nog productiewerk verrichten voor bedrijven buiten de wijk, zullen het huisraad demonteren. Met de bedrijven verdwijnt ook het verkeer voor de bevoorrading. Doordat mijn wijk veiliger wordt, pakken meer mensen de fiets.

Geen eentonige nieuwbouw

Maar ook de nieuwbouw zal ingrijpend veranderen. Bestond Le Corbusiers plan voor een nieuwe stad nog uit eentonige, repeterende hoogbouw, in mijn stad van straks herinnert niets aan wat ik nu ken.

De daken zijn geörienteerd op de zon, zodat er ruimte is voor zonnepanelen. Het gebouw is precies zo hoog dat windturbines gebruikt kunnen worden voor het opwekken van energie. Een groen dak op de schuine dakhelling is geörienteerd op het zuiden en zorgt voor tijdelijke opslag van regenwater tijdens zware regenval zodat de straat minder snel blank staat.

Doordat de vormgeving van het klimaatvriendelijke gebouw is aangepast aan de plaatselijke omstandigheden, ziet elk gebouw er anders uit. Omdat er compact gebouwd wordt, kan het Groene Hart ook groen blijven.

De materialen in mijn nieuwe kantoor hebben straks een natuurlijke oorsprong. Een atrium levert een aangenaam binnenklimaat tegen geringe stookkosten. Vanwege de riante afmetingen is dit atrium het centrum van onze werkgemeenschap.

Mijn werkplek lijkt in niets op een standaardkantoor. Tussen de buitengevel en mijn werkplek is een groot, met glas omsloten balkon gemaakt. Op koude dagen is de wintertuin van de buitenlucht afgesloten en kan ik kiezen voor het werken in een koele wintertuin of in een kantoortuin met een aangename temperatuur. Airconditioning is in de zomer niet meer nodig omdat mijn werkplek door de wintertuin als buffer niet meer hinderlijk opwarmt.

Ik kijk opnieuw naar buiten. Alles is nog bij het oude gebleven. Ik open mijn balkondeur. Niets is veranderd. Alleen het spitsuur is inmiddels voorbij. Diep adem ik de iets schonere lucht in.

Mede n.a.v.: ”Samenwerken aan een klimaatvriendelijke stad” door Milieucentrum Amsterdam met medewerking van Arcadis, Klimaat in de Stad (Alterra Wageningen), Bureau B+B, bureau SLA en Stadgenoot;

De fictieve opdracht ”Green Architecture”, die het Atelier Rijksbouwmeester in 2008 uitschreef.

0 reacties:

Een reactie plaatsen